Melasse wordt al jarenlang gebruikt in kalverstarters voor melkvee. Toch blijft de vraag terugkomen: is melasse voeren aan jonge kalveren echt positief voor groei en pensontwikkeling, of kan het net problemen geven bij opname en vertering?
In dit artikel bekijken we wat onderzoek zegt over melasse in kalvervoeding, welke dosering veilig blijft en waarom de juiste balans cruciaal is voor pensontwikkeling en prestaties bij jongvee.
Waarom melasse gebruikt wordt in kalvervoeding
Melasse, meestal afkomstig van suikerbiet of suikerriet, wordt in kalverstarters vooral gebruikt als:
• snelle energiebron via suikers,
• smaakmaker voor betere opname,
• binder tegen stofvorming,
• en soms als alternatief voor een deel van het zetmeel.
De snelle fermentatie van suikers zorgt voor de vorming van vluchtige vetzuren (SCFA’s) in de pens. Die spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van penspapillen bij jonge kalveren.
Hoe melasse de pensontwikkeling beïnvloedt
Wanneer suikers in de pens fermenteren, ontstaan onder andere:
• propionaat,
• acetaat,
• en butyraat.
Vooral butyraat ondersteunt de ontwikkeling van penspapillen en helpt het kalf sneller overschakelen van melkvertering naar pensvertering.
Bij een correcte dosering kan melasse dus bijdragen aan:
• een actievere pens,
• vlottere starteropname,
• en een betere overgang rond het spenen.
Wat onderzoek zegt over melasse bij melkveekalveren
Matige melasse-inclusie (5-10%)
Onderzoek waarbij maïs deels vervangen werd door 5% tot 10% melasse liet zien:
• geen negatieve invloed op groei,
• geen verschil in mestscore,
• en geen lagere starteropname.
Wel werden:
• hogere SCFA-concentraties,
• en een gunstiger fermentatieprofiel gemeten.
Dat wijst erop dat beperkte hoeveelheden melasse de pensfermentatie positief kunnen ondersteunen.
Te veel melasse verlaagt opname en groei
Bij hogere inclusies veranderen de resultaten.
In een bekende Penn State-studie gaf een starter met ongeveer 12% melasse:
• duidelijk lagere starteropname,
• lagere dagelijkse groei,
• en minder structurele ontwikkeling.
Kalveren aten gemiddeld:
• minder starter per dag,
• groeiden trager,
• en hadden een kleinere borstomtrek.
De conclusie uit het onderzoek was duidelijk: meer melasse is niet automatisch beter.
Waarom te veel melasse problemen kan geven
Een hoge suikerbelasting kan verschillende nadelen geven:
• te snelle fermentatie in de pens,
• lagere nutriëntdichtheid,
• plakkerig voer,
• en meer selectiegedrag.
Wanneer de volledige starter niet afgestemd is op die snelle fermentatie, kan dat de opname juist afremmen.
Hoeveel melasse is veilig in een kalverstarter?
In de praktijk lijkt een matige inclusie het veiligst.
Algemene richtlijn:
• ongeveer 5% melasse werkt vaak goed,
• tot ongeveer 10% kan afhankelijk van de formulatie,
• boven 10-12% stijgt het risico op lagere opname en groeiverlies.
De exacte grens hangt natuurlijk ook af van:
• structuur van de starter,
• totale rantsoensamenstelling,
• management,
• en beschikbaarheid van water.
Water en verse starter blijven belangrijker dan extra smaakmakers
Hoewel melasse opname kan ondersteunen, blijven de fundamentals belangrijker:
• altijd proper water beschikbaar,
• dagelijks verse starter aanbieden,
• en voldoende opname stimuleren vanaf dag 3 tot 5.
Die factoren hebben vaak meer impact op pensontwikkeling dan extra palatabilizers alleen.
Melasse slim inzetten bij jongveeopfok
Melasse kan dus zeker een plaats hebben binnen kalvervoeding, zolang het doordacht gebruikt wordt. Bij een correcte dosering ondersteunt het de fermentatie en pensontwikkeling zonder negatieve impact op groei.
Maar zoals bij veel zaken in voeding geldt ook hier: balans en consistentie maken uiteindelijk het verschil.